Terug van vakantie ben ik al een tijdje, maar er was geen gelegenheid weer eens in te loggen op het plein. En ik had nog wel beloofd enige dingen te vertellen over mijn zeer korte ervaring als leerling molenaar. Nu is het moment daar dan toch.
Ik heb mij opgegeven als leerling- molenaar bij het Gilde Vrijwillige Molenaars. De bedoeling is dat je veel praktijkervaring opdoet. Minimaal 150 uur onder leiding van een gediplomeerde instructeur/molenaar. Uiteraard op een molen, liefst op meer molens, zodat je een bredere ervaring krijgt.
De theorie staat in twee heel dikke mappen. Als je praktijkervaring de 4 seizoenen omvat en tenminste 150 uur kan het examen worden aangevraagd. Uiteraard moet je de theorie dan ook beheersen (een aantal boeken behoort daar ook nog toe).
Gelukkig past mijn instructeur (zonder dat hij dat weet) de principes van competentieleren toe. Hij geeft me praktische opdrachten, laat me mijn gang gaan en vraagt later waarom ik iets zo gedaan heb, als ik het gedaan heb. Mondeling geeft hij dan feitelijk een stukje theorie. Die reflectie op eigen praktisch handelen geeft kennis en inzicht, die beklijft, omdat je het in de praktijk doet en omdat de goed- of afkeuring van je instructeur iets met je doet. Je verdiept dat thuis nog eens met in de mappen of boeken op te zoeken waar het om ging.
Wat zijn die opdrachten alzo?
Kijken, luisteren en meehelpen bij het klaarmaken van de molen: het kroosrek schoonmaken; ik sta nu op een poldermolen zijn functie is het bemalen van een polder. Om vuil en takken niet ook door de vijzel (een soort geschoept rad dat het water naar boven haalt en naar de boezem pompt) te laten gaan, is dat nodig. De ovenring schoonmaken van het oude vet, de vangketting loshangen, het smeren van de ovenring met nieuw bargeriezel (varkensvet), de hals, de pen en de poort ook. De bliksemafleiders en de kettingen waarmee de roeren vastzitten (dat zijn de wieken), uit- en in het werk zetten ofwel de draaiinrichting vast of losmaken van de werkinrichting, dat betekent meestal twee grote raderen met kammen los van elkaar of juist in elkaar zetten. De molenkap kruien op de wind, nadat de plaats van de wieken bepaald is aan de hand van wind en omgeving: wind en wolken interpreteren.
Klepsluitingen losmaken, schutborden plaatsen (of de zeilen zetten), de kruiketting en de bezetketting vastzetten, zodat de kap met wieken tijdens het draaien op zijn plek blijft. De vang (dat is de rem) loslaten en draaien.
Het interpreteren van het weer vooronderstelt een flinke dosis kennis van weersystemen. Kennis van een feeling met het weer is belangrijk. Immers, als je gaat draaien, moet je zeker weten dat je nog kunt draaien, als je de molen weer klaar gaat maken voor stopzetten. Als je immers een zeil van de wieken wilt halen, kan dat alleen maar, als de wieken draaien en de betreffende wiek ook naar beneden komt (door windkracht).
Onderhoud plegen is belangrijk voor de instandhouding van een molen. Vet smeren waar het moet. Van tijd tot tijd oud vet weghalen voorkomt dat het vuil in dat vet als slijpsel snellen slijtage veroorzaakt.
Kennis van alle balken, planken, etc., onderdelen van de molen maakt je gesprekspartner van de molenmaker. Als er iets aan de hand is, kun je dat moeilijk op onkundige wijze trachten uit te leggen. Je moet de molenmaker zo precies mogelijk kunnen vertellen dat de kammen van de bonkelaar de kammen van het grote wiel elkaar niet goed raken, bijv. Dan weet hij waar hij naar toe moet. Er valt nog veel meer te vertellen, maar eerst laat ik het maar even bij de dingen, die je doet, als je begint.
Groet van Ruit
Nuttig? Als je dit artikel
waardevol vindt, klik dan links op het +1 icoontje om onze site te helpen.