In mijn beleving lijkt het al in de vorige eeuw geweest dat ik voor het laatst gebruikmaakte van de Intercity. Afgelopen week was het dan weer eens zo ver. Samen met mijn vriendin zochten wij ons een weg door een kluwen van onderweg zijnde mensen. Vol verbazing vroegen wij ons af waar de ene stroom mensen toch allemaal naar op weg waren. Natuurlijk gold die verbazing ook voor de stroom voortsnellende voorbijgangers in tegenovergestelde richting, zij hier de vraag enigszins voor de hand lag. Het tempo lag aanmerkelijk hoger en hét moesten dus wel toekomstige treinreizigers zijn, welke weer net iets te laat afscheid hadden genomen van collega’s op kantoor en zich voor de zoveelste keer moesten haasten voor de Intercity, richting het Zuiden.
Om niet geheel de weg kwijt te raken en even bijkomend van al die jachtige personages, eerst een cappuccino in het middelpunt van al die drukte: het terras van Hoog Catharijne. Ik vertel Ria over de periode dat ik bijna wekelijks ook meegezogen werd in de stroom van altijd voortsnellende mensen. ”Met gevaar voor eigen leven en die van de tegemoetkomende stroom laveerde ik met een bloedgang door het winkelcentrum, hier en daar opgeschrikt door wegspringende wandelaars. Dat waren nog eens tijden!” Een lichte grijns maakt zich na zoveel jaar weer meester van mijn gezicht, bij het ophalen van die dodemansritten. We lepelen het laatste beetje opgeklopt schuim uit de kopjes en gaan richting de Vollendammer.
“Eens kijken of hij er nog is. Vroeger haalde ik daar vaak paella en warmde die dan in de magnetron op: heerlijk na een daggie Utrecht!” Bij de AMRO linksaf, en ja hoor: vanavond weer zeevruchtjes met geel gekleurde rijst!
Een dag tevoren heb ik mij telefonisch aangemeld bij het bureau ‘Assistentie gehandicapten’ van de NS, dus gaan we op zoek naar een rode pet. “Waar moet ik mij aanmelden voor hulp bij de trein?” De vriendelijke man met rode pet verwijst ons naar de informatiebalie in de centrale hal van het station. Tussen allerlei kiosken, welke niets met treinreizen te maken hebben, ontdekken we uiteindelijk het bord ‘Informatie’.
Een wat bollend gezicht, in een soort buutereder in een ton, kijkt me tegelijkertijd verrassend en met een blik van herkenning aan. Plotseling komen de herinneringen naar boven en met; “maar daar hebben we ’n oude bekende”, maakt hij zijn collega’s duidelijk dat ook voor hem plotseling even de klok wordt achteruit gezet. “Als je me nou bedonderd! Dat is zeker 10 jaar geleden. Dat ik je hier nog mag terugzien, na zoveel jaar”, beantwoord ik zijn enthousiaste begroeting. “Ja, weet je nog dat we op het buitenperron een bakkie koffie dronken, als daar tijd voor was? Oh ja, er waren toen nog niet overal liften en moesten bij weer en wind buiten om. Nee, dat is zeker meer dan 10 jaar terug”, bevestigt, de inmiddels gepromoveerde perronassistent, aan zijn collega’s. “Herinner je je nog die kleine Indische collega van je?” Navraag bij zijn collega’s maakt duidelijk dat mijn herinneringen verder gaan dan de informatiebron met rode pet.
Op 15a loopt langzaam het perron vol en kijken we vol spanning uit naar de beloofde assistentie. Als de machinist het lange geelblauwe gevaarte tot stilstand heeft gebracht, lijkt de trein leeg te lopen terwijl nieuwe passagiers met een te warm bekertje koffie zich de trein in worstelen.
Gelukkig komt de assistentie op tijd, en eenmaal thuis smaakt de paella als vanouds en kijken we terug op een daggie Hoog Catharijne. Nee, voorlopig geen daggie Utrecht, maar de herinneringen blijven aan het moment dat er geen assistentie kwam opdagen. Met een afgesproken, “trekken maar”, aan mijn begeleiding kwam het lange geelblauwe gevaarte plotseling toen niet van zijn plaats. Eenmaal op de plaats voor rolstoelgebruikers, vertrok de trein 20 minuten later dan gepland alsnog richting het zuiden. Tjonge, het waren momenten om nooit meer te vergeten!
Nuttig? Als je dit artikel
waardevol vindt, klik dan links op het +1 icoontje om onze site te helpen.