“Wat komt u hier doen?” vraagt een zuster achter de balie van de verpleegafdeling. Nu ga ik doorgaans niet voor het knippen van mijn nagels of een gratis kop koffie naar het ziekenhuis, dus schepte toch maar duidelijkheid. “Ik moet mij hier melden voor een vooronderzoek van mijn darmen”, licht ik mijn komst toe. Plotseling begint er zichtbaar iets te dagen en schijnt mijn komst toch ergens genoteerd te zijn. "Gaat u daar maar even zitten en pakt u iets te drinken. " Ine, mijn steun en toeverlaat voor deze middag, neemt mij mee naar een soort van wachtkamer, waar amper plaats is voor een rolstoel en een scheef openhangend deurtje wel de nodige kop en schotels zichtbaar maakt, maar verse koffie ver te zoeken is.
Het idee om de volgende keer voor een gratis kop koffie naar het ziekenhuis te gaan, is bij toverslag verdwenen. Blijft over, het knippen van mijn nagels. Gelukkig zijn deze nog zeer recent gekortwiekt en heb dus nog alle tijd tot nadenken.
Nu is in een ziekenhuis "een momentje" altijd iets meer dan dat, maar na enige tijd worden we toch door een zuster meegenomen naar een nog kleinere kamer. Althans dat was de bedoeling. Maar om er zeker van te zijn dat ik mijn bed in kom, gaan we toch eerst maar even op zoek naar een stalen verpleegster. Na een grondige speurtocht zonder resultaat krijg ik de verzekering dat deze er zondag wel zal zijn. Om niet alles meteen in twijfel te trekken, ga ik met deze toezegging achter de zuster aan en neem plaats in het kamertje.
"Ik wil graag nog even wat gegevens van u noteren en daarna wil de dokter u ook nog even zien." Mijn bloeddruk kan nog steeds wedijveren met een topsporter en de binnentemperatuur is gelijk aan de buitentemperatuur bij een weeralarm tijdens een hittegolf. Nu zijn dat eigenlijk ook de enigste variabele gegevens bij opname in een ziekenhuis, welke men op dat moment moeten weten. Maar hoe zit het dan met al die andere gegevens die al sinds jaar en dag opgeslagen zijn? Men hoeft maar mijn geboortedatum te weten en daar komt mijn hele medische status over het beeldscherm gerold! Maar nee, stel je toch eens voor dat plotseling je spierziekte veranderd is in een lichte vorm van Alzheimer! Iets waar ik de computer wel van verdenk, en beantwoordt voor de zoveelste keer de vraag of mijn lengte met: "1,83 m", terwijl de zuster mij verbaasd aankijkt. "Ja, mijn contracturen niet meegerekend kom ik wel degelijk tot de lengte die al jaren in mijn paspoort staat", verzeker ik de zuster.
Nu staat er op de brief voor de opname dat ik mij na vanmiddag, was zondagavond om 20:10 moet melden bij de verpleegafdeling waar Ine en ik nu al bijna anderhalf uur rondhang. Tot mijn grote ergernis blijkt dit op een misverstand te berusten en moet ik mij al om 14:00 melden! Dit om nog voor de avond 4 liter met een ondefinieerbare vloeistof in korte tijd op te drinken om het vervolgens weer in een andere samenstelling kwijt te raken. Ineens verdwijnt mijn voorliefde voor het Maastrichtse ziekenhuis en zie ik het openingswoordje, welke ik die zondagmiddag zou houden, tijdens het tuinfeest van onze flat, ook de mist ingaan. Daar waar procedures niet kloppen moet schijnbaar toch altijd weer het individu het meeste water bij de wijn doen. In mijn situatie wel erg veel water! Maar ja, ik moet mij toch zondagmiddag nuchter melden en dan is een sterk verdunde wijn misschien wel de beste oplossing.
Na vijf of zes keer de afdeling te zijn rondgereden en de zelf ingeschonken ‘gastvrije’ kop koffie, komt dan uiteindelijk toch de langverwachte arts mij vertellen dat ik eigenlijk niet had hoeven komen vanmiddag! Het is werkelijk om uit je vel te springen en laat die ook in duidelijke bewoordingen blijken. Ook hier weer verschuilt de arts zich achter allerlei procedures en excuses. Nu weet ik ook wel dat ik nu eenmaal geen doorsnee patiënt ben en een arts ook zijn beperkingen heeft in de communicatie met allerlei andere afdelingen binnen een ziekenhuis, maar sommige fouten moeten niet plaats kunnen vinden. Ook al ben je in sommige situaties gevoelsmatig een nummer. Of is het tóch de econoom die bepaalt dat vrijdagmiddag je melden voor opname en daarna naar huis tot zondagavond, financieel beter uitkomt? Dat daarbij de patiënt niet meetelt, maar alleen maar bijdragen aan een financieel gezond beleid van het management, werd mij die middag wel duidelijk!
"Maar wilt u in ieder geval nog even bloed laten afnemen? Dan hebben we daar in ieder geval gedaan en bent u niet helemaal voor niets geweest", zijn de woorden van de nog steeds zeer verontschuldigende arts.
Om niet helemaal tegen sluitingstijd het ziekenhuis te moeten verlaten, bellen we eerst een taxi. Het zit ons niet mee als duidelijk wordt dat het nog zeker anderhalf uur kan duren voordat wij huiswaarts kunnen.
Bij de prikdienst is het al bijna weekend en mag de prikster al snel tot de conclusie komen dat mijn aderen, ondanks een sporthart, niet de omvang van kabels hebben maar meer die van het naaigaren. Er moet dan ook een collega aan te pas komen om uiteindelijk de buisjes te vullen. Dit uiteraard uit mijn splinterdunne aderen en niet uit die van de prikkelende dames.
Het zijn niet de lege bloedvaten maar onze magen die duidelijk maken dat het etenstijd wordt. De bescheidenheid viert hoogtij bij het zien van de goedgevulde counter en laten ons het saucijzenbroodje met ’n Fristi goed smaken. Misschien had ik achteraf toch beter een tosti kunnen nemen, gezien de residuwaarde van een flinke berg bladerdeeg op het schoteltje. Maar ja, als je alles van tevoren weet. Tja, dan waren we ook niet pas om bij zevenen thuis geweest. Dank aan de thuishulp Ine, zij had vanmiddag weer iets meer geduld dan ik en daarbij hebben we ook nog gelachen!
Het is zondagmiddag 12:30 als de laatste voorbereidingen voor het tuinfeest in volle gang zijn en ik niet alleen het tuinfeest mag openen maar zelfs niet mag opruimen na afloop. Met een lichte brok in mijn keel verlaat ik het feestterrein en wordt vastgezet in de rolstoeltaxi. Voor mij geen stuk vlaai en kennismaking met de tientallen bewoners van onze flat. De komende 24 uur staan of liever gezegd liggen in handen van de verpleging en internist.
Mijn tanende voorliefde voor het Maastrichtse ziekenhuis wordt weer enigszins opgevijzeld als daar een eenpersoonskamer is gereserveerd. "Ja, maar dat is niet de tillift die mij vrijdag is uitgelegd", concludeert een met een Belgisch accent sprekende verpleegster. Even heb ik het idee dat de moppen over Belgen niet helemaal uit de lucht zijn gegrepen, maar ook hier is weer gebrek aan communicatie de boosdoener.
Daar lig ik dan en kijk door het raam richting België terwijl mijn gedachten bij het tuinfeest zijn en de eerste bekers met spoelwater hun weg naar mijn darmen weten te vinden. De eenpersoonskamer komt in deze situatie wel van pas en al borrelend en stevig doordrinkend, is na enkele uren niet alleen de 4 liter naar binnen gewerkt, maar ook al het nodige er weer uit!
Nu mag je verwachten, of is dat alweer een verkeerde conclusie binnen een ziekenhuis, dat je de volgende morgen al vroeg geholpen kan worden. Ten slotte was mijn opname al enige weken bekend. Niets is minder waar en moet tot 13:30, smachtend van de dorst liggen wachten totdat ik uiteindelijk mijn eigen rioleringstelsel op het beeldscherm kan aanschouwen. "Welk een wonder der natuur en hoe fascinerend is het menselijk lichaam!", zeg ik tegen de internist die met een minuscuul schaartje een poliepje verwijderd uit het ’onderaardse gangenstelsel’.
Onbewust moet ik terugdenken aan vrijdagmiddag en als de internist mij geruststelt dat er geen verontrustende zaken zijn waargenomen, weet ik zeker dat ik voorlopig niet zal terugkomen op deze afdeling: zelfs niet om mijn nagels te knippen!
Een klein uurtje later sta ik beneden in de hal en begint bijna 24 uur nuchter zijn, maar ook met een zorg minder, zo langzamerhand mij parten te spelen. Eenmaal thuis in mijn eigen flatje en met de vertrouwde verzorging van Fokus, laat ik mij de pizza smaken!